Artikelen

WMO en veranderingen in de jeugdzorg

Regelmatig schrijft de Werkgroep Politiek en Maatschappij een informerend stuk voor aios over een actueel en relevant onderwerp. Nu een update over de WMO en veranderingen in de jeugdzorg.

Auteurs: Jolanda van der Velden, Petra van der Linden

 

transitie jeugdzorg 700x300

Inleiding

Per 1 januari is de jeugdwet in werking getreden. Dit betekent een grote verandering voor gemeenten, huisartsen en de samenleving. Maar hoe zit het nu precies met die nieuwe wet? Wat merken we er van als AIOS en als huisarts? Hier volgt een samenvatting en enkele verhalen uit de praktijk.

 

Jeugdwet

De nieuwe jeugdwet past in een aantal veranderingen die vallen onder de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO). Deze wet bestaat sinds 2007 en verving de Welzijnswet uit 1994, de Wet Voorzieningen Gehandicapten (WVG) en delen van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Het doel was meer zelfredzaamheid en participatie van burgers, uitgevoerd door gemeenten.

 

De jeugdwet heeft hetzelfde doel: zorg op maat op het gebied van preventie, ondersteuning en behandeling. Daarnaast gaat deze stelselwijziging gepaard met een bezuiniging die oploopt tot € 450 miljoen per jaar vanaf 2017. Gemeenten krijgen veel vrijheid om dit budget naar eigen behoefte in te vullen. Uitgangspunten hierbij zijn:

1. Eén gezin, één plan, verbeteren van de samenwerking en defragmenteren van ondersteuning.

2. De eigen kracht van jeugdigen en hun ouders.

3. Minder snel medicaliseren van problemen.

4. Meer preventie en eerdere ondersteuning.

5. Doelmatige en adequate zorg.

6. Zichtbaarheid dichtbij.

 

De gemeente is verplicht voldoende en een kwalitatief goed jeugdhulpaanbod in te kopen. Elke gemeente dient een overzicht te hebben met gecontracteerde instanties waar de vergoeding door de gemeente geregeld wordt. Ook moeten zij zorgen voor een herkenbare toegang, een loket/nummer bereikbaar voor burgers en hulpverleners. Op dit moment is dat het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG). Het AMK en het Steunpunt Huiselijk Geweld zijn samen gevoegd en vormen samen het Advies- en Meldpunt Huiselijk geweld en Kindermishandeling (AMHK), ook wel Veilig Thuis.

 

Veel gemeenten zijn nog zoekende hoe deze nieuwe regelgeving vorm te geven. Gemeenten kunnen er voor kiezen om wijkteams in te richten. Dit kan de samenwerking, en de invulling van ‘één gezin, één plan, één aanspreekpunt’ bevorderen. In gemeenten waar de wijkteams nog niet zijn opgezet wordt meestal gewerkt via het Centrum voor Jeugd en Gezin. Verwijzing kan gedaan worden door: gemeenten, jeugdartsen, medisch specialisten en huisartsen. Daarmee is het aantal toegangspoorten uitgebreid.

 

Medewerkster Veilig thuis: Met de samenvoeging van het ‘AMK’ en ‘Huiselijk geweld’ worden krachten gebundeld. Het AMK is gespecialiseerd in het onderzoek naar de veiligheid van het kind, dit kan gedwongen zijn. Bij ‘huiselijk geweld’ vragen cliënten vrijwillig om hulp, het is laagdrempelig. De benadering en begeleiding is daardoor anders De doelstelling is goed: één gezin, één plan. In de praktijk is het nu nog zoeken naar de juiste kaders voor een goede samenwerking.

 

Rol van de huisarts

Wat betreft de basis huisartsenzorg voor kinderen en de poortwachtersfunctie verandert er voor de huisarts niets. Als huisarts kan er nu rechtstreeks verwezen worden naar alle vormen van jeugdhulp. De sociale kaart verandert, de gemeente bepaalt met wie gecontracteerde zorg mogelijk is, een overzicht is per gemeente te verkrijgen. Indien zorg niet gecontracteerd is, kan bekeken worden of hiervoor een persoonsgebonden budget (PGB) kan worden verkregen, maar de gemeente is hierin leidend. Een wijkteam of CJG kan de huisarts helpen een passend verwijsaanbod te vinden.

 

Samenwerking is belangrijk. Huisarts en jeugdarts bieden beiden, aanvullend aan elkaar, zorg aan kinderen. Denk aan hulp bij een kind met psychosociale, ontwikkelings-, of (op)voedingsproblemen, schoolverzuim of tekenen van kindermishandeling. Goede samenwerking zal de zorg voor ouders, kind en gezin verbeteren. Om dit te bevorderen, heeft de LHV een praktijkkaart ontwikkeld met tips. De gemeente heeft de regie, maar zij heeft informatie nodig van de huisarts bij verwijzing. Huisartsen moeten op de hoogte zijn van de verwijsmogelijkheden.

 

Jeugdarts: Verwijzingen kunnen niet meer direct, maar moeten eerst worden goedgekeurd door de medewerkers van de gemeente. Een patiënt kan pas worden geholpen wanneer er een diagnose is gesteld, (preventieve) symptoombestrijding kan hierdoor niet plaatsvinden. In plaats van ‘find it’ en ‘fix it’, zouden we moeten streven naar ‘prevent it’ en ‘personalise it’.De samenwerking tussen onder andere huisarts en jeugdarts is sinds januari versterkt. Een persoonlijk streven zou zijn om professionele teams in de 1e lijn te vormen die door middel van een biopsychosociaal model naar de patiënt kijken en door middel van een klinische blik de patiënt beoordelen en helpen.

 

Verbinding tussen huisarts en wijkteam is belangrijk om de patiënt goed te kunnen helpen. Hiervoor hoeft de huisarts geen zitting te nemen in het wijkteam, een vast aanspreekpunt is wel belangrijk. De huisarts moet op de hoogte zijn van het aanbod en de werkwijze van het wijkteam en heeft baat bij informatie over afwijkend gedrag van zijn patiënten. De huisarts mag zelf echter niet zo maar medische informatie geven, in verband met zijn geheimhoudingsplicht.

 

Wat zijn de mogelijkheden voor de huisarts

De huisarts is gezinsarts, poortwachter en de spil in de gezondheidszorg en kan contextuele zorg bieden, continuïteit waarborgen, coördineren en monitoren in de spil van jeugdzorg. Algemeen wordt erkend dat de jeugdzorg tot 2015 weinig samenhang kende en er geen adequate ketenzorg was. Dit functioneren van een passende ketenzorg is lastig omdat er veel professionals betrokken zijn bij jeugdzorg, werkzaam op diverse locaties. Gemeenten krijgen een belangrijke verantwoordelijkheid in het samenbrengen van al deze ketens binnen de jeugdzorg. De kans voor de huisarts of zorggroep om met de gemeente mee te denken en haar expertise in te zetten in de vernieuwingen en verbeteringen in de zorg.

 

Voorbeeld uit regio Alblasserwaard Vijheerenlanden: Zes huisartspraktijken hebben deelgenomen aan de pilot ‘Huisarts in de praktijk van de jeugdzorg’. Met de pilot willen de huisartsen zo vroeg mogelijk psychosociale problemen bij kinderen signaleren en hen ondersteuning aanbieden in de praktijk. Dit doen zij onder andere door middel van een POH-jeugd. Zij houdt gesprekken met ouders en kinderen en verwijst ze zo nodig door naar instanties. Ze werkt samen met school en sociale teams en is laagdrempelig te bereiken voor patiënten.

 

Als Werkgroep Politiek en Maatschappij zijn we op zoek naar verhalen van AIOS uit de praktijk. Heb je een casus waarin de veranderingen in de jeugdzorg duidelijk worden? Dit mag zowel positief als negatief zijn. Mail je verhaal naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

Literatuur

- Wijziging van de WMO en Jeugdwet; uitdagingen voor de huisarts Maarten van Woelderen, algemeen bestuurslid LOVAH en lid van de werkgroep politiek en maatschappij

- De werkmap: Huisarts & gemeente; BIJLAGE D Addendum Jeugd. Door: LHV en NVG. Zie ook: https://www.lhv.nl/actueel/dossiers/huisarts-en-gemeente

- Samenwerking huisarts en wijkteam: wat is uw rol? LHV nieuws: https://www.lhv.nl/actueel/nieuws/samenwerking-huisarts-en-wijkteam-wat-uw-rol

- Praktijkkaart Jeugd, LHV: https://www.lhv.nl/system/files/content/lhv_nl/uploads/products/praktijkkaart_jeugd.pdf

Gemaakt: 15 april 2015